Het Goede Leven en de Vrije Markt (2018)

Het Goede Leven en de Vrije Markt

Dit boek schreef ik samen met Ad Verbrugge en Govert Buijs. Het boek wordt in de schooljaren 19/20 en 20/21 gebruikt als examenkatern filosofie voor vwo 6. We schetsen in dit boek de geschiedenis van de moderniteit als een project van bevrijding: de mens raakt bevrijd uit sociale, institutionele en lichamelijke banden. Daardoor zijn we meer individu, minder afhankelijk van machthebbers en gezonder. Wij zien de vrije markt als een onderdeel van die bevrijding: we kunnen rijk worden en zelf kiezen hoe we onze behoeftes vervullen. Toch zijn er veel filosofen geweest die vraagtekens plaatsen bij de moderniteit: verhult de bevrijding niet ook een vervreemding (van elkaar, van tradities) en is er niet veel ongelijkheid ontstaan? Dat klopt deels en daarom heeft de moderniteit een ambivalent gezicht: enerzijds leven wij vrij, anderzijds hebben we daar twijfels bij.

Hoe gaan we in het boek te werk? In de eerste plaats laten we zien hoe verschillend het moderne leven is van de Oudheid en de Christelijke Middeleeuwen. Vervolgens beargumenteren we hoe de vrije markt en daarmee eigenlijk de hele moderne levenswijze op haar grenzen stoot: ecologisch, psychologisch, sociaal. In deel twee van het boek ontwikkelen we een weeginstrument aan de hand waarvan we toetsen hoe de moderniteit zich verder zou moeten kunnen ontwikkelen. Deze analyse is veelomvattend en behelst ook een diepgaande doordenking van het werk van Aristoteles, Heidegger, Taylor en Marx. Ik vind hoofdstuk 11 over de zin van het leven zelf echt spectaculair. Check ons interview in NRC bij dit boek.

Het Goede Leven en de Vrije Markt (2018)
« Terug naar overzicht