Doceert

Ik vind het belangrijk dat studenten klassiekers bestuderen. Daarom besteed ik op college veel tijd aan bijvoorbeeld Max Weber en Aristoteles. Recente wetenschappelijke literatuur (over bijvoorbeeld autoriteit en integriteit) is ook boeiend, maar dat kun je zelfstandig bestuderen. Wat de grote denkers uit het verleden precies hebben gezegd, is veel moeilijker en vaak veel interessanter. Ik zie het als mijn taak als docent hun gedachtegoed te blijven uitleggen en zo anderen te helpen op hun eigen wetenschappelijke en filosofische denkwegen.

Momenteel geef ik één vak: Bestuurskundige Theorieën.

Zie hier een korte variant van de vakomschrijving:

Dit college behandelt de klassieke thema’s van de bestuurskunde: de verhouding tussen staat en politiek, bestuur en maatschappij, publiek en privaat. De reeks opent met twee colleges over wetenschap en in het bijzonder bestuurskunde als wetenschappelijke discipline. In de daaropvolgende colleges leert de student de hoofdlijnen van de Europese geschiedenis van staatsvorming en economie kennen. Daarbij gaat het zowel om kennis van feitelijke praktijken, zoals de opkomst van de democratie en bureaucratie, als om theoretische reflecties daarop, zoals die van Kant, Wilson en Fukuyama. Na deze historische colleges volgen colleges over één thema, zoals de vrije markteconomie, crisisbeleid, managementdenken, ethiekbeleid en de architectuur van het onderwijsgebouw. Op college wordt een dergelijk thema besproken met behulp van een recente sociaalwetenschappelijke analyse en een daarbij passende actuele casus. Voorbeelden van de besproken casuïstiek zijn: de roep om leiderschap, het verschijnsel nepnieuws, het lerarentekort, duurzaamheid als politiek megaproject, de opbouw van een staatsbank, sociale veranderingen in grote steden zoals gentrificatie en verloedering, de meetcultuur in wetenschap en zorg.

Tijdens deze collegereeks wordt tevens ingegaan op de wetenschapsfilosofische aspecten van theorievorming. Daarbij krijgt de student ook een kennistheoretisch instrumentarium aangereikt, waaronder de concepten verificatie, waardenvrijheid en paradigma, dat hem of haar in staat stelt om te reflecteren op de verschillende type academisch onderzoek die aan bod komen. Denk aan het verschil tussen historische en sociaalwetenschappelijke kennis, descriptieve en normatieve ethiek, praktische kennis en academische kennis. Doel hiervan is om de student een pluriform beeld van de wetenschap van de bestuurskunde te geven. Daarbij helpt dit wetenschapsbeeld ook om de student voor te bereiden op de ontwikkeling van een theoretische kader voor de scriptie.

Besproken literatuur o.a.: Gabriel van den Brink, Ruw ontwaken uit de neoliberale droom. 2020; Max Weber Politiek als Beroep;Aristoteles Ethica Nicomachea (hoofdstuk 1 en 2).